Kunstenaarspijntjes
- 12 jan
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 29 jan
Over post-vernissale depressies en andere kunstenaarspijntjes
(inleidende tekst debat Corso Leuven)
‘Art is also hard labor, you have to be in good shape to do it. It’s yealous and will tolerate no rival, wich means you often neglect your family, or even do without a family. It means loneliness, wrestling with the existence of this personal art, a battle to the point of destruction – and how many artists have been destroyed! Is there a price grand enough for that? Maria Lassnig

Het lijkt soms of je alleen bestaat als wat je doet meetbaar, controleerbaar en duidelijk benoembaar is. Alles moet functioneren, renderen, winst genereren. Of het moet ontspannen, amuseren, licht verteren. En bovenal: het moet passen binnen gestelde kaders, aan normen voldoen. Dat maakt de positie van de kunstenaar enerzijds moeilijk, anderzijds juist noodzakelijk, zij het erg kwetsbaar.
Onze inspanning is immers van een andere orde. Wij opereren in de marge, mijden vaste structuren want bevragen die. Telkens opnieuw gaan we de confrontatie aan met onze eigen grenzen en begeven ons daarmee – ook mentaal – op gevaarlijk terrein. We kunnen maar ‘authentiek’ zijn en evolueren als we dicht bij onzelf blijven, als we elk houvast telkens weer ondergraven, als we telkens weer de sprong wagen in het ongewisse. We mijden gemakkelijk succes en wantrouwen commerciële erkenning. Kunstenaars zijn vreemde mensen. We balanceren op de grens van twijfel en (on-)zekerheid. Gaan tot op het bot, de voelsprieten altijd aan, gefocust en tegelijk open voor nieuwe impulsen. Het moet binnenkomen. Met een dikke huid lukt het niet. Kwetsbaarheid als instrument: raakbaarheid. Bereid zijn gevoeligheid toe te laten, in te zetten zelfs. De huid – grens tussen binnen en buiten – van de kunstenaar is flinterdun. Op – of zelfs over - de grens van pijn, van wanhoop, ontstaan vaak de sterkste werken.
Tegelijk vraagt het een immense veerkracht om in die kwetsbaarheid overeind te blijven. Om er iets mee te doen, ze om te buigen naar een materialiteit die aan-spreekt. Om het wachten en de kritiek uit te houden, telkens weer om te buigen in nieuwe energie. De vrucht van onze vreemde arbeid stellen we bloot aan de blik van de toeschouwer. Of aan de kritische blik van de collega of de expert. Die genadeloos kan zijn. Ook als we erkenning krijgen, als zijn werk ‘er staat’, is het nooit af. We beginnen weer opnieuw, weerstaan aan de verleiding om in de comfortzone te blijven hangen. We kunnen het niet laten, het verlangen, de dwingende noodzaak, de liefde voor wat we doen is groter dan de angst. Maar soms is de angst overweldigend, alles-overheersend.
Het overkomt me nogal eens bij de start van een nieuwe tentoonstelling. Hard naartoe gewerkt, soms zoekend en tastend, dan weer met volle overtuiging, als in een trance, alles gegeven. Dicht bij mezelf in mijn atelier groeien werken een na een, een symbiose van wat zich aandient in mijn hoofd, mijn buik, door mijn hand… Uiteindelijk zegt iets me dat het klopt, dat het zo moet zijn, maar wat? De tentoonstelling komt altijd net te vroeg, er moet nog van alles gebeuren. Daar hangt het dan. OK, loslaten nu. Het is wat het is, niet meer van mij. Dan komt het publiek, lichte euforie als het goed gaat. En dan stilaan de paniek, het zwarte gat, vermoeidheid die toeslaat als een hamer, de vertwijfeling: ‘heeft het allemaal wel zin?’ En ‘het gaat me nooit meer lukken’… ik noem het mijn post-vernissale depressie…
Ook op materieel-financieel vlak ben je als kunstenaar zelden gerust. Het resultaat van jarenlang vallen en opstaan, hard wroeten en momenten van inspiratie, brengt in de meeste gevallen niet eens op wat een ongeschoolde werknemer verdient. We gaan het er vandaag niet over hebben, maar het heeft invloed.
Autonomie, ruimte in je hoofd, je eigen grenzen kunnen bepalen. Het is onontbeerlijk voor vrije creatie. Vraagt contexten die dat toelaten. En is bijzonder fragiel. We weten allemaal hoe het is als je blokkeert. We hebben allemaal zo onze manieren en rituelen om ermee om te gaan. Soms is het rust en stilte, soms werkt lezen of de confrontatie met werk van andere kunstenaars inspirerend, maar niet zelden grijpt men naar ‘hardere’ middelen als drank en drugs. Enig houvast hebben we als mens toch allemaal nodig…
Als kunstenaar leef je in de paradox, op het scherp van de snee, met de eeuwige twijfel die als het goed is net niet kantelt naar absolute vertwijfeling, omdat er toch gaandeweg een soort onderliggend, intuïtief vertrouwen ontstaat. En omdat kunst is. Schoonheid en betekenis creëert. Het leven van de kunstenaar is kwetsbaar.
Ook door de manier waarop hij met ‘tijd’ omgaat. Lege tijd is belangrijk voor hem. Geduld, passieve tijd, verveling zelfs. Leegte waarin het nieuwe kan kiemen, waarin de inspiratie kan ontluiken. In de ogen van de buitenstaander zijn we wel eens luiaards, lanterfanters, onverschilligen,… Ze zien het continue, langdurige rijpingsproces niet. De jarenlange oefening, het honderdvoudig mislukken voor de doorbraak er komt. De perceptie is zo anders dan bij de topsporter die na harde training zijn welverdiende rust neemt.
Niet voor niets zoeken we elkaar op, hopen we houvast te vinden bij elkaar. Niet alleen omdat de eenzaamheid van het werk dodelijk kan zijn, maar ook omdat we elkaars worsteling herkennen en elkaars inspanningen kunnen waarderen. Omdat het nodig is dat we er kritisch maar begripvol voor elkaar zijn als de volgende gapende leegte ons de wanhoop nabij sleurt. En omdat het zo’n deugd doet om de momenten van vreugde en ontroering met elkaar te kunnen delen.
Onze kwetsbaarheid, onze anders-heid, is niet alleen een noodzakelijke voedingsbodem voor de kwaliteit van het werk dat we voortbrengen, maar ook voor het bevragen, het openhouden van de randen van het systeem waarbinnen wij en onze medeburgers functioneren. Is het dan te veel gevraagd dat de maatschappij dat waardeert in de vorm van gepaste zorg, een gezonde voedingsbodem, aandacht voor de specifieke basisnoden van de kunstenaar? Vanuit het besef dat krachtig-kwetsbare kunst humus is voor een gezonde, leefbare samenleving? Men zegt wel eens dat je het ontwikkelingsniveau van een samenleving kan aflezen aan de manier waarop ze met de meest kwetsbaren onder haar bewoners omgaat. Wat zegt de manier waarop een samenleving met haar kunstenaars omgaat dan? Ik vraag het me gewoon luidop af.
Onze kwetsbaarheid is onze kracht. Het is in die liminale zone dat ons werk zich kan verdiepen en ontwikkelen. Dat we troost creëren en nieuwe werelden verbeelden.
Lies
Juli 2015


Opmerkingen